Deze week getipt door Wendy Online: mijn nieuwste roman Een warm nest. Mét gastcolumn. Over schrijven, voor God spelen en of het wel zo verstandig is om de vuile was buiten te hangen.

Beeld: Jens Herrndorff 

Waarom ik schrijf?

Om eerlijk te zijn heb ik geen flauw idee. Ik weet alleen dat ik het doe. Lekker, een beetje voor God spelen in mijn eigen hoofd. Als schrijver beslis je wie gelukkig mag zijn in de liefde en wie niet, wie verraden wordt of juist verraadt, wie leeft of sterft. Wat dat betreft is het natuurlijk de ultieme vorm van escapisme, want in het echte leven ben ik ook gewoon blut en moe.

Zeker nu ik mijn roman net uit is en het wachten is op de reacties, vraag ik mezelf geregeld af waarom ik in vredesnaam zo graag wil schrijven. Het voor-God-speelgedeelte begrijp ik nog, maar na publicatie is mijn werkelijkheid ineens van iedereen. En iedereen vindt er dan ook iets van. Dat is soms best confronterend.

Ik observeer anderen: kleden ze zich sjofel, chic, vintage, ongewassen, hullen ze zich in designerkleding, zijn ze sexy of juist seksloos? Bewegen ze langzaam of snel, lopen ze met een rechte rug en de neus in de wind of kijken ze naar de grond? Praten ze in dialect, volks of juist bekakt? Wat betekent dat? Proberen ze zich te profileren? Met welk doel? Willen ze loonsverhoging, opslag of snakken ze naar liefde en echt contact? Al die informatie sla ik op in mijn hoofd, om te gebruiken in mijn verhalen.

Dat betekent dat jij als lezer soms ineens een citaat van jezelf kunt teruglezen in mijn werk. Maar niet dat het dan ook over jou gaat. Vooral als een personage niet erg sympathiek is, kan dat nog wel eens voor problemen zorgen. Laatst zei een goede kennis dat ze me een jaar lang uit de weg is gegaan omdat ze niet in het vervolg van De ideale man wilde voorkomen. Het was een grap, maar toch.

Ik heb altijd al een haat-liefderelatie met schrijven gehad. Toen ik een jaar of vijftien was, schreef ik mijn eerste manuscript, geïnspireerd op het echte leven. Mijn moeder zei: ‘Je gaat de vuile was toch niet buiten hangen?’ Maar ja, die vuile was is juist interessant. Dat is datgene wat we allemaal kennen maar waar we niet over durven te spreken, waar we onzeker over zijn, wat we echt voelen – en juist daar ontstaat herkenning en verbinding.

Enerzijds is er die opdracht: schrijf de waarheid, wees eerlijk, ga door wanneer je niet verder durft, want dan wordt het interessant. Anderzijds is er die integriteitsvraag. Hoe ver kun je gaan? Tijdens het schrijfproces geef ik mezelf de volledige vrijheid, daarna begint het censureren. En ja, soms schuurt het. Hoort erbij.

De onderwerpen waarover ik schrijf

Ik ben afgestudeerd op een boekje van Federigo Tozzi, Bestie. Hierin laat de auteur in 69 aforismen zien hoe een onverwachte gebeurtenis de mens – die de werkelijkheid denkt te kennen – ineens volkomen van zijn stuk kan brengen. Hoe vind je jezelf opnieuw uit als je de context niet kent? Die vraag is nog steeds actueel.

Hoe kun je op je gevoel vertrouwen als je niet goed kunt voelen? Hoe kun je onvoorwaardelijk van je kinderen houden als er niet onvoorwaardelijk van jou gehouden is? Waarom streven we naar het grote geluk terwijl het kleine geluk zoveel mooier is? Waarom streven we naar perfectie terwijl groei ’m vaak juist zit in imperfectie? Wat als ons leven niets meer is dan dat veranderproces waarover Tozzi schrijft? Dat moment tussen de ene state of mind en de andere in, waarin we op zoek zijn.

In De ideale man komt Evelien, de hoofdpersoon, iemand tegen die beweert dat het verstand niets weet. Na een relatie van tien jaar die haar niet heeft gebracht wat ze hoopte – buiten haar twee dochters om – besluit ze het advies van de vreemdeling op te volgen door voortaan op haar gevoel te vertrouwen, zelfs al is ze doodsbenauwd voor de uitkomst. Is in de rationele wereld alles logisch, kun je zeggen ‘als ik x doe is de kans groot dat er straks y gebeurt’, het omgekeerde geldt voor de gevoelswereld. Dat betekent dat je nooit kunt voorspellen hoe iets afloopt.

Over Een warm nest

Ik had wel een paar aannames. Eén daarvan was: als je meer op je gevoel gaat vertrouwen, dan veranderen de keuzes die je maakt en daarmee de situaties waarin je terechtkomt. Maar of die verandering ook een verbetering is? Dat lees je in Een warm nest. Eigenlijk is mijn nieuwe boek dus een vervolg, maar je kunt ’m wel lezen als een opzichzelfstaande roman.

Net als de hoofdpersoon had ik ook tien jaar een relatie en twee kinderen, en net als zij ging ik ook meer op mijn gevoel vertrouwen. Zo beleven Evelien en ik dat veranderproces samen, waardoor er een doorleefd verhaal is ontstaan. Dat past ook goed bij die boodschap: voel, want het verstand weet niets.

Maar algauw blijkt dat voelen nog geen vrijkaartje naar het grote geluk is. Na de scheiding komt er namelijk ontzettend veel op Evelien af, waardoor ze in de overlevingsmodus schiet: zo moet ze drie keer verhuizen binnen anderhalf jaar tijd, een ouderschapsplan opstellen, omgaan met het rouwproces dat bij een scheiding hoort en haar eigen geld verdienen. Allemaal heel herkenbaar voor een hoop gescheiden vrouwen. Als tot overmaat van ramp ook Kees Donkersloot weer terugkeert in haar leven – de vreemdeling uit De ideale man– komt het eropaan. Slaagt Evelien erin haar kinderen dat warme nest te bieden of vervalt ze toch weer in oude patronen?

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.