‘Er is niets aan de hand. We drinken gewoon koffie.’

Scroll down to content

FRAGMENT

Evelien ziet Kees voor het eerst sinds hun ontmoeting in de Finch  – vandaag precies drie weken en 63 uur facebooken geleden. 

Photo by Hjalte Gregersen on Unsplash

De barvrouw bracht onze koffie. Kees dronk een gewone met melk uit een plastic cupje. Ik had een grote soy latte. Op het uiteinde van het lepeltje lag een klein cakeje en hoewel ik dat altijd als eerste pakte, kreeg ik die ochtend geen hap door mijn keel.

     Ik goot wat suiker in mijn koffie en roerde. Al die tijd was ik me bewust van mijn bewegingen, alsof ik mezelf door zijn ogen zag. Maar toen ik opkeek, bleek het tegendeel waar.

     Hij keek helemaal niet naar mij, maar naar de krant, alsof het voor hem de normaalste zaak van de wereld was dat ik hier zat, alsof ik geen man en kinderen had, maar een vrije speler was.

     ‘Wat lach je?’

     ‘Ik kan gewoon niet geloven dat ik hier zit.’

     Het was alsof een reusachtige hand me uit de trein had geplukt en in Finch had losgelaten en ik nu luidkeels stond te roepen naar de regisseur die blijkbaar was vergeten dat ik in een heel ander verhaal thuishoorde, alleen kwam er geen geluid uit mijn mond.

     ‘Er is niets aan de hand,’ stelde hij me gerust. ‘We drinken gewoon koffie.’

     ‘Tuurlijk,’ zei ik. ‘Niks aan de hand.’

     ‘Nee, want een affaire beginnen slaat nergens op.’

     Ik verslikte me, veegde de koffie van mijn kin en keek hem met betraande ogen aan.

     ‘Dat is hartstikke zielig voor die jongen. En dan twee kleine kindjes…’

     ‘We drinken koffie,’ bevestigde ik.

     Alsof dat het startschot was, begon hij ineens te praten. Aan een stuk door. Ik zag zijn volle lippen op en neer gaan, zijn tong tegen de witte rij tanden stoten, loslaten en opnieuw beginnen, en ik luisterde als betoverd naar die eindeloze stroom klanken zonder er ook maar iets van te begrijpen.

     Hij had het over kwantummechanica. Over de standaardtheorie met een of ander higgsdeeltje. Over een deeltjesversneller in Zwitserland, waar ruim tienduizend wetenschappers het geheim van het leven probeerden te ontrafelen. En dat het leven, omdat het niet ontrafeld kon worden aangezien tijd en ruimte sowieso niet bestonden, dus wel magisch moest zijn.

     Zijn ogen werden steeds groter terwijl zijn handen het verhaal kracht bijzetten met sierlijke bewegingen. En toen ineens, even abrupt als het begon, pakte hij de krant er weer bij. ‘Dus dat is de basistheorie,’ mompelde hij. ‘Die mag je onthouden.’

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *