Wil de echte ‘moeder de vrouw’ nu opstaan?

Scroll down to content

Mag je voor je eigen dromen gaan of gaat het gezin altijd voor? Wie beslist dat eigenlijk? En op basis waarvan? 

Photo by Caroline Hernandez on Unsplash

Als je de zinnen van Martinus Nijhoffs gedicht de moeder de vrouw ontleedt, blinken ze niet per se uit in grammaticale correctheid. Wel in dichterlijke vrijheid. Dat begint al bij de titel. Want wat is dat eigenlijk voor rare combinatie: ‘de moeder’ en ‘de vrouw’? 

Het effect is er niet minder om. Ik zie meteen een kerel voor me die zijn laatste biertje achterover slaat voor hij maar eens op hûs an gaat waar moeder de vrouw – maatje 46, donkerblauwe rok tot op de enkels, haren in een slordige staart – zit te wachten met zes hongerige kinderen.

Lik op stuk

De uitdrukking is zo uit het leven gegrepen en tegelijkertijd zo vastgeklonken in onze taal dat het haast voelt alsof je er zélf naartoe gaat. En dat typeert de stijl van Nijhoff. Hij spreekt de taal van de gewone man. ‘Ik ging naar Bommel om de nieuwe brug te zien. Ik zag de nieuwe brug.’ Daar is niets verhevens aan. Maar het is wel herkenbaar en oer-Hollands (al zouden we tegenwoordig waarschijnlijk eerder Google Streetview of Google Earth raadplegen – en zelfs dat zouden we nog teveel werk vinden). 

Ik hou van Nijhoff omdat hij lijkt op de ideale man. Al heeft die laatste wel meer humor met zijn ‘lik-op-stuk-beleid’ en ‘vanavond gaan we Barflyen’. Laat je door zijn grappen niet misleiden want tegelijkertijd zegt hij ook dat God in een bitterbal zit en dat onderbouwt hij met de nieuwste inzichten uit de kwantumfysica. Het geeft te denken. Waarom bestaat de bitterbal als het leven uit upquarks en downquarks bestaat? Misschien is het er wel alleen om het leven echt te laten líjken

Opgesloten in een onzichtbare wereld

Zo voelt de moderne moeder de vrouw zich ook, als ze ‘s ochtends in haar eentje achterblijft. Zonder de kinderen is het ineens zo stil in huis dat haar precies dát gevoel bekruipt: alsof die ontbijtspullen er alleen maar zijn neergezet om het echt te doen líjken. 

Die bitterbal en die Cocopops fungeren in al hun realisme als een toegangspoort tot de wereld van het onzichtbare. En precies in die wereld zitten een heleboel moeders opgesloten omdat het soms zo verdomd lastig is om al die rollen – vrouw, moeder, buurvrouw, vriendin, wereldreiziger, kunstenaar, schrijver – met elkaar te verenigen. 

Welke rol gaat voor? Wie beslist dat en op basis waarvan? Kun je daar überhaupt wel iets van vinden als je de context niet kent? Of als je ‘m (dankzij alle recente inzichten in de kwantumfysica) misschien wel kent, maar nog altijd niet kunt bevatten?

Waarschijnlijk moet je een vrouw zijn om dat gevoel te kennen. Daarbuiten is het natuurlijk prachtig dat dichter Nijhoff lekker in het gras aan de waterkant ligt te genieten van het uitzicht op die nieuwe brug, en ik mag hópen dat mijn kinderen later bij het passeren van een schip aan mij zullen denken als een stoere vrouw die aan het roer staat van haar eigen leven terwijl ze psalmen zingt voor haar kroost. We zijn ten slotte allemaal schaapjes van God – of hoe je hem dan ook wilt noemen, we willen ons allemaal veilig voelen. En wie geeft ons een veiliger gevoel dan onze eigen moeder de vrouw? 

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *