Lowlands (en dat kun je letterlijk nemen)

Scroll down to content

FRAGMENT

Evelien heeft 3 dagen Lowlands geboekt om haar ingedutte relatie nieuw leven in te blazen. Dat lijkt te werken. Maar dan komt ze Kees tegen.  

Photo by Hannah Busing on Unsplash

     ‘Waar ben jij?’ vroeg Taeke.

     Kees leunde nonchalant tegen het biervat.

     ‘Bij de vierentwintiguursbar.’

     Ik kotste van mijn eigen huichelachtige stem.

     ‘Waar is dat?’

     ‘Bij de uitgang rechts.’

     ‘Oké, dan kom ik eraan.’

     ‘Nee. Doe maar niet.’

     Nu bleef het stil aan de andere kant.

     ‘Ik dacht dat jij je niet lekker voelde,’ zei hij na die stilte.

     ‘Dat is ook zo.’

     Taeke zei niets. Ik hoorde zijn hersenen kraken.

     ‘Ik kom er nu aan,’ beloofde ik.

     Kees keek me aan met de ogen van een bezetene. ‘Komt hij hierheen?’

     ‘Nee, ik ga daarheen.’

     ‘We gaan fase twee in.’

     ‘Fase twee?’

     Hij pakte mijn handen vast, trok me naar zich toe. ‘Wij gaan trouwen toch?’

     Ik gaf een kus op zijn wang. ‘Hou op.’

     Hij tuitte zijn lippen. ‘Kuypie, toe.’ Hij drukte zijn gezicht tegen me aan, snoof mijn lucht op, keek me aan – smekend nu. Leek ineens niet meer op die snelle jongen. ‘Je bent van mij, toch?’

     ‘Ik vind je leuk,’ zei ik. En ik maakte mezelf van hem los. ‘Je weet niet half hoe leuk. Maar don’t push it.’

     ‘Don’t push it?’ herhaalde hij verbouwereerd. ‘Ik heb niets te verliezen.’

     Ik dacht aan Taeke, de vader van mijn kinderen, die in de tent lag te wachten totdat ik hem alles kwam vertellen. En dat kon ik maar beter direct doen – voor hij hier was en dit afschuwelijke cliché zou zien. ‘Dat hangt ervan af.’

     ‘Waarvan?’ vroeg hij behoedzaam.

     Ik liep weg.

     Hij greep mijn onderarm, trok me naar zich toe. ‘Hé, Kuypie. Ik heb het allemaal verzonnen, hè?’ Met zijn rechterhand klopte hij op zijn borst. ‘Die driehonderdvijfenzestig dagen koffie, geen seks, geen drama’s… Ik en niemand anders.’

     Ik knikte en draaide me om.

     ‘Kuypie?’

     Ik draaide me om. Zag hoe hij twee vingers opstak en zijn tong ertussen legde.

     Pas toen ik een lach niet kon onderdrukken, had hij weer praatjes.

     ‘Lik,’ zei hij. ‘Op stuk.’

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *